Soorten lijfrente verzekeringen
Lijfrente- en kapitaalverzekeringen zijn vormen van levensverzekering .
Een lijfrenteverzekering is een overeenkomst waarbij iemand een recht op periodieke uitkeringen verzekert. Periodieke uitkeringen wil zeggen: een instantie keert bijvoorbeeld elke maand of elk kwartaal een bedrag uit.
Een kapitaalverzekering is een overeenkomst waarbij een kapitaal wordt verzekerd. Het gaat dan meestal om de uitkering van een bedrag in één keer.
De uitkering van de verzekerde bedragen is altijd afhankelijk van het in leven zijn of overlijden van de verzekerde. Vandaar de naam 'levensverzekering'. In de verzekeringspolis staat wanneer en aan wie het bedrag of de bedragen worden uitgekeerd.
Lijfrente- en kapitaalverzekeringen worden in de meeste gevallen afgesloten als overbruggingslijfrente, als oudedagsvoorziening of als voorziening voor nabestaanden.
Als u wilt stoppen met werken voordat u met pensioen of vut gaat, of AOW gaat ontvangen, kunt u een tijdelijke inkomensachteruitgang opvangen met een overbruggingslijfrente.
Als u geen of niet genoeg pensioenrechten heeft opgebouwd, kan een lijfrente- of kapitaalverzekering een aanvulling bieden op uw AOW-pensioen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u na uw 65ste jaar alleen een AOW-pensioen zult ontvangen, omdat u nooit in een pensioenfonds van een werkgever bent opgenomen. Of u bent van werkgever veranderd, en u heeft daardoor te maken met een lijfrenteverzekering .
Ook kan het zijn dat u een verzekering afsluit voor het geval uw nabestaanden geen of een laag nabestaandenpensioen zullen ontvangen, als u komt te overlijden. Voor mensen die een achterstand hebben in de opbouw van hun oudedags- of nabestaandenvoorzieningen bestaan er ruimere aftrekmogelijkheden, de aanvullende aftrek en de zogenoemde inhaalaftrek.
Als u zelf de verzekering afsluit, bent u de verzekeringnemer. De ontvanger van de uitkering heet begunstigde. U kunt uzelf aAnwijzen als begunstigde, maar ook een ander, bijvoorbeeld uw echtgenoot of uw kinderen. In de polis moet u ook vastleggen wie de verzekerde is. De uitkering van het bedrag of van de bedragen is afhankelijk van het in leven zijn of overlijden van de verzekerde.
Voorbeeld
U heeft een lijfrenteverzekering afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij. In de polis staat dat u de lijfrente-uitkeringen zelf zult ontvangen. De uitkeringen beginnen te lopen in het jaar dat u 65 jaar zult worden. Ze eindigen op het moment dat u komt te overlijden. In dat geval bent u tegelijk verzekeringnemer, begunstigde en verzekerde.
Stel, u sluit een kapitaalverzekering bij een verzekeringsmaatschappij. In de polis staat, dat uw kinderen het bedrag zullen ontvangen. Het bedrag wordt uitgekeerd als uw echtgenoot komt te overlijden.
- verzekeringnemer = uzelf
- begunstigde = uw kinderen
- verzekerde = uw echtgenoot
Soorten lijfrenteverzekeringen
De volgende verzekeringen worden behandeld:
- oudedagslijfrente;
- nabestaandenlijfrente;
- overbruggingslijfrente;
- tijdelijke oudedagslijfrente;
- lijfrente voor meerderjarige invalide kinderen;
- periodieke uitkeringen bij ziekte, invaliditeit of ongeval.
Soorten kapitaalverzekering
Bij een kapitaalverzekering kan het gaan om:
- een verzekering die uitkeert bij leven De uitkering vindt plaats op een datum die in de polis is vastgelegd als de verzekerde op die datum nog in leven is.
- een verzekering die uitkeert als gevolg van overlijden De uitkering vindt plaats na het overlijden van de verzekerde.
- een gemengde verzekering Deze vorm komt het meeste voor. In de polis is een combinatie van twee mogelijkheden opgenomen. Het verzekerde kapitaal wordt bij in leven zijn op de vastgestelde datum uitgekeerd. Maar als de verzekerde eerder dan de vastgestelde datum overlijdt, wordt het bedrag op dat moment uitgekeerd aan de nabestaanden.