Oudedagslijfrenten zijn lijfrenteverzekeringen waarvan de termijnen worden uitgekeerd aan uzelf. De termijnen beginnen uiterlijk in het jaar waarin u 70 jaar wordt te lopen. De lijfrentetermijnen eindigen uitsluitend bij uw overlijden.
Nabestaandenlijfrenten zijn lijfrenteverzekeringen waarvan de termijnen worden uitgekeerd aan een natuurlijk persoon. De lijfrentetermijnen gaan in bij uw overlijden, dat van uw partner of gewezen partner. Als de termijnen toekomen aan bepaalde verwanten, zoals kinderen, dan eindigen de termijnen op het tijdstip waarop deze de leeftijd van 30 jaar bereiken of bij overlijden voor die leeftijd.
Overbruggingslijfrenten zijn lijfrenteverzekeringen waarvan de termijnen worden uitgekeerd aan uzelf. De lijfrentetermijnen eindigen in het jaar waarin u 65 jaar wordt of in het jaar waarin u een uitkering op grond van een pensioenregeling ontvangt. Het totaalbedrag van de lijfrentetermijnen mag niet hoger zijn dan EUR 57.064 per jaar.
Tijdelijke oudedagslijfrenten zijn lijfrenteverzekeringen waarvan de termijnen worden uitgekeerd aan uzelf. De lijfrentetermijnen hebben een looptijd van minimaal vijf jaar en gaan niet eerder in dan in het jaar waarin u 65 jaar wordt of in het jaar waarin u een uitkering op grond van een pensioenregeling ontvangt. De lijfrentetermijnen gaan uiterlijk in het jaar waarin u 70 jaar wordt en het totaalbedrag van de lijfrentetermijnen mag niet hoger zijn dan EUR 17.121 per jaar.
Lijfrenten voor meerderjarige invalide kinderen zijn lijfrenteverzekeringen waarvan de termijnen worden uitgekeerd aan een meerderjarig invalide kind of kleinkind. De lijfrentetermijnen mogen alleen eindigen bij het overlijden van het kind of kleinkind.
Voor de volgende lijfrenten geldt een maximum voor de hoogte van de aftrek: