Na 1 januari 2001 wordt de aftrek van rente over leningen alleen nog toegestaan in specifieke gevallen, zoals de rente van leningen voor de eigen woning (het huis dat u daadwerkelijk als hoofdverblijf bewoont), de onderneming of het ‘aanmerkelijk belang’ vermogen. Alle andere leningen vallen in box 3: de rente is dan niet aftrekbaar maar de schulden verminderen het te belasten vermogen (tot maximaal nul). Het kan gaan om consumptieve schulden of leningen die zijn gesloten voor de financiering van lijfrenteverzekeringen, effecten of onroerende zaken. Overigens telt een klein deel van de schulden niet mee: de eerste €2.500,- zullen niet in aanmerking worden genomen. Voor gehuwden wordt dit bedrag verdubbeld.
Box 3 belast het inkomen uit sparen en beleggen. Na 1 januari 2001 zullen de reële inkomsten uit sparen en beleggen, zoals rente, dividend en huur, niet meer worden belast. Ook betaalde rente en kosten zijn dan niet meer aftrekbaar. De toekomstige heffing vindt namelijk plaats via de zogenoemde 'vermogensrendementsheffing’. Het fiscale inkomen bedraagt dan 4% van de gemiddelde waarde van uw vermogen: uw bezittingen verminderd met uw schulden. Dit rendement wordt vervolgens belast met een tarief van 30%. Deze nieuwe heffing geldt onder meer voor onroerende zaken zoals de tweede woning of het huis voor een studerend kind, en verder voor aandelen en obligaties, spaartegoeden en niet vrijgestelde lijfrente- en kapitaalverzekeringen. Het eigen huis dat uw hoofdverblijf is, valt niet onder deze heffing. Overigens wordt niet iedere gulden direct belast: voor iedereen geldt een basisvrijstelling van €37.463,- (, 17.000), waarbij een aantal bezittingen is vrijgesteld.