Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen
Box 3: Belastingen 2009
Opbrengsten uit een vermogen (bezittingen minus schulden) vanaf € 20.661,- worden belast in box 3. Belastingplichtigen die het gezag uitoefenen over minderjarige kinderen, hadden in 2009 bovendien recht op een extra heffingvrij vermogen van 2.762 euro per kind (per ouderlijk stel). De fiscus veronderstelt dat uw vermogen (zoals spaargeld en aandelen) 4% rendement oplevert. Over dit rendement betaalt u 30 % belasting. U betaalt dus uiteindelijk 1,2% (30% van 4%) belasting over uw vermogen. Deze 1,2% is de vermogensrendementsheffing.
Vermogen in Box 3
Voor uw vermogen in box 3 telt mee:
- Tegoed op betaalrekeningen
- Spaartegoeden
- Aandelen, obligaties en opties
- Beleggingsfondsen
- Onroerend goed (bijvoorbeeld tweede huis)
- Vorderingen
- Goederen die u verhuurt (bijvoorbeeld een boot)
- Kunst als belegging
- In principe: waarde van kapitaalverzekeringen (voor kapitaalverzekeringen gesloten vóór 14 september 1999 geldt een aantrekkelijke overgangsregeling).
- Waarde van lijfrenteverzekeringen waarvan u de premies niet heeft afgetrokken
- In mindering op uw vermogen in box 3 brengt u:
- Uitstaande schulden als persoonlijke leningen, doorlopend krediet of effectenkrediet voor zoveer deze meer bedragen dan de drempel van € 2.500,- per persoon of € 5.000,- voor partners.
Niet in Box 3 zijn opgenomen:
- Waarde van uw eigen huis dat dient als hoofdverblijf en de hypotheekschuld daarop
- Inboedel
- Auto, boot of caravan
- Agaathbeleggingen, groenbeleggingen, bedrijfsspaartegoeden en studieverzekeringen voor kinderen voor zover zij binnen de vrijstellingen blijven
Vrijstellingen box 3
- Algemene vrijstelling van € 20.661,- per persoon (€ 41.322,- voor partners). Alleen over het meerdere bent u dus de 1,2% vermogensrendementsheffing verschuldigd.
- Extra vrijstellingen:
- per minderjarig kind: € 2.762,-
- Voor 65-plussers kan, afhankelijk van inkomen en vermogen een extra vrijstelling gelden van maximaal € 23.296,- (€ 46.592,- voor partners).
- Agaathbeleggingen, groenbeleggingen en studieverzekeringen voor kinderen worden gezien als maatschappelijke beleggingen waarvoor een totale vrijstelling geldt van € 55.145,- per persoon (€ 110.290,- voor partners).
- Voor bedrijfssparen geldt een vrijstelling van max € 17.025,- per persoon.
Rente-en-dividend
Rente en dividend zijn opbrengsten uit vermogen. In het nieuwe belastingstelsel worden rente en dividend niet meer belast als inkomen. De rente- en dividendvrijstellingen bestaan dus niet meer. De dividendbelasting als voorheffing bestaat nog wel en wordt verrekend met de te betalen inkomstenbelasting.