Het belastingstelsel kent drie boxen. Elke box kent een eigen tarief.
Box 1: Inkomen uit werk en woning (Tarief 32,35% tot 52%)
Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang in BV of NV (Tarief 25%)
Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen (Tarief 30%)
Heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen belasting. De heffingskortingen bestaan uit:
De overheid rekent over bijna alle artikelen en diensten BTW. De hoogte van het BTW-tarief op een bepaald product hangt af van het soort product. De overheid maakt hierin onderscheid tussen luxe en noodzakelijke uitgaven. Over noodzakelijke uitgaven betaalt u het lage BTW-tarief en over luxe artikelen het hoge BTW-tarief. Noodzakelijke producten zijn bijvoorbeeld voeding en boeken. Luxe artikelen zijn bijvoorbeeld apparaten, vervoer en alcohol. Over bepaalde uitgaven, zoals voor huur, hypotheek of verzekeringen, wordt helemaal geen BTW gerekend.
Het hoge BTW-tarief is 19%. Het lage BTW-tarief is 6%.
Voor de belasting telt u het eigenwoningforfait op bij uw inkomen en de hypotheekrente trekt u weer van uw inkomen af.
De belastingdienst ziet een eigen woning als mogelijke inkomstenbron en heft daarom belasting op de eigen woning. Als u eigenaar bent van de woning moet u daarom een bedrag bij uw inkomen optellen in box 1. Dit eigenwoningforfait is een vast bedrag waarin rekening is gehouden met de mogelijke huuropbrengst van de woning en met kosten zoals onderhoudskosten en afschrijving. Het bedrag is een percentage van de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) van uw eigen woning. De gemeente stelt deze WOZ-waarde vast. Het eigenwoningforfait geldt alleen voor de woning die uw hoofdverblijf is, niet meer voor een tweede woning. Tweede woningen vallen in box 3.
De hypotheekrente is aftrekbaar. Hier zijn wel beperkingen aan gesteld. Als een hypotheek na 30 jaar nog niet afgelost is, vervalt de renteaftrek. Als u al een hypotheek had afgesloten voor 1 januari 2001, gaat de 30-jaarstermijn in op 1 januari 2001. Voor een tweede huis geldt de hypotheekrenteaftrek niet meer. Een tweede huis wordt gezien als vermogen en wordt daarom ondergebracht in box 3.
Dankzij diverse vrijstellingen kunt u voor een groot gedeelte onbelast vermogen opbouwen. Pas als uw vermogen boven die vrijstellingen uitkomt, betaalt u belasting.